A – Borst: meet de omtrek bij de grootste borstomvang; houd het meetlint horizontaal B – Taille: meet de omtrek bij de kleinste omvang (waar je je lichaam zijdelings kunt buigen); houd het meetlint horizontaal. C – Heupen: meet de omtrek bij de grootste heupomvang; houd het meetlint horizontaal.